(kleur-) potlood

Materiaal:

Vanaf onze vroegste jeugd gewilde verjaarscadeautjes, al zijn ze voor heel jonge kinderen eigenlijk niet zo geschikt. De fijnere motoriek die voor het hanteren ervan nodig is vind je niet bij die groep. De kracht, de richting en het ritme worden juist met de fijnere motoriekbereikt.

(Kleur)potloden bestaan uit een – vrij brosse – grafietstift, gevat in hout. Een eenmaal gezette lijn is – afhankelijk van de kracht waarmee die is gezet –moeilijk met “gum” weer te verwijderen.

Vaak wordt het potlood – waarvan de hardheden van de grafietstift variëren van 8h ( zeer hard, is bijna een spijker) tot 8b ( zeer zacht, brokkelt bijna onder je vingers weg) gehanteerd als “voorbereidend” materiaal zoals bij voorstudies of schetsen, gebruikt maar ook als volwaardig materiaal.

Technieken:

Dit materiaal kan zowel  vlakvullend  (dmv wat meer de platte kant gebruiken, arceren of greinen ) als ook lineair worden gebruikt. Het leent zich uiteraard in het bijzonder voor meer gedetailleerd werk, maar toch zie je in musea soms ook werken van groot formaat waarbij het gebruikte materiaal potlood is. Zowel de top van de punt als de zijkant van de punt kunnen worden gebruikt. Bij zachte stiften is het ook prima mogelijk om het uit te vegen.