Etsen

Materiaal:

Etsen is een grafische techniek. Aan materiaal is hierbij nodig: een etsplaat (meestal zink of koper), etsnaalden ( hoeven niet perse scherp te zijn, met een lege balpenstift kun je ook een ets maken ), etsgrond (vloeibaar of vast), harspoeder ( voor het maken van “aquatinten “ ), een brandertje om de plaat te verwarmen of een etsoven, waar je de plaat bovenop legt om te verwarmen, enkele “droge naalden “, die wèl heel scherp zijn en een schraap- of bruineerstaal. En natuurlijk een etspers om afdrukken te maken.

Het is de bedoeling van de meeste etsers om alle afdrukken – en dat kunnen er wel enkele honderden zijn – er hetzelfde uit te laten zien. Etsen ( en litho’s – zie verderop- ook trouwens) krijgen dan ook een nummer. Het rechter nummer geeft aan hoeveel afdrukken er zijn gemaakt ( de oplage dus) , het linker nummer geeft het nummer in de serie aan, gescheiden door een schuine streep. Dus 12/75 betekent dat er van de ets of litho of gravure of houtsnede 75 exemplaren zijn gedrukt en dat het voorliggende exemplaar dan de 12e afdruk in die reeks is geweest. Behalve voor verzamelaars is de 1e of de 100e afdruk in een serie overigens niet meer  waard dan de rest.

Technieken:

De meest gebruikte techniek is de indirecte methode, d.w.z. dat lijnen en structuren in het zink worden ingebeten door verdund salpeterzuur. De plaat wordt van een dun laagje donkerbruine etsgrond voorzien waarna in dit laagje getekend kan worden. Het zilverachtige van de plaat komt daarbij tevoorschijn zodat je goed kunt zien wat je tekent. Dit kan zoals gezegd met een lege balpenstift of cocktailprikker want je hoeft niet direct in het metaal te krassen. Als de tekening af is, gaat hij in het zuurbad . Dit is het echte “etsen”. Als je in je afdruk verschil in lijndikte wilt laten zien dan kun je het “bijten” door het zuur ook in stappen laten gebeuren. Als het etsproces is voltooid wordt de etsgrond verwijderd, wordt de plaat ingeïnkt ( met etsinkt – die qua dikte lijkt op plakkaatverf  ) en afgeslagen, wat volgens eeuwenoud recept wordt gedaan, want ook Rembrandt deed het zo. Het is namelijk de bedoeling dat de inkt in de groeven komt, maar dat de oppervlakte van de plaat weer schoon wordt. Dit tamelijk tijdrovende werkje – het “afslaan “dus, wordt met de muis van de duim gedaan omdat die geen vezels heeft die de inkt weer uit de groeven zou trekken. Daarna wordt de ets op enigszins vochtig papier afgedrukt. Hiervoor wordt een z.g. rotatiepers gebruikt. Om grijstonen – van licht tot donker – te maken wordt de “aquatint “toegepast. Dit is een te gecompliceerde techniek om binnen dit kader te bespreken.