Aquarel

Materiaal:

Aquarelverf is een verfsoort op waterbasis, waaraan ook lijm is toegevoegd. Er is maar heel weinig verf nodig want voor het maken van een aquarel is het overgrote deel water. Het wordt wel de moeilijkste schildertechniek genoemd omdat verbeteringen nauwelijks mogelijk zijn en voor witte delen het papier altijd open gelaten moet worden. Vooral in de 19e eeuw werd deze techniek heel veel toegepast ( o.a. door de Impressionisten). Vóór die tijd werd het toch wat als onvolwaardig of hoogstens als studiemateriaal beschouwd. De papiersoort die wordt gebruikt is variabel, m.n. de korrel van het papier loopt van tamelijk glad tot heel ruw. Ook de dikte varieert, maar meestal zal er in verband met de wateropname een dikkere tamelijk vezelrijke papier-soort worden gebruikt.

Technieken:

De meest gebruikte techniek is het direct schilderen met sterk verdunde aquarelverf waarbij plaatsen die in de afbeelding wit moeten worden gewoon uitgespaard worden. Het mag duidelijk zijn dat die opengelaten vormen dan ook wel meteen heel goedvan vorm moeten zijn. Aquarel schilderen  is een heel transparante techniek waarbij lagen over elkaar heen worden gezet en onderliggende lagen ook steeds zichtbaar blijven. Er wordt gewerkt met penselen ( dus zachtharig) omdat die veel meer water kunnen bevatten dan hardharige kwasten.

Er kan bij aquarel “droog op droog “worden geschilderd, maar ook “nat in nat”. Bij deze laatste techniek vloeit de verf veel meer uit. Ook kan de verf “gewassen “worden waarbij met een penseel zonder verf over een bestaande kleur wordt gegaan zodat deze “bleker”wordt.